Mens, een pratend dier?
Geschreven door Dewres   
Vrijdag 27 April 2007 12:38

ImageWat ben je aan het doen nu?  Ik bedoel, nu, terwijl je dit artikel leest, welke andere dingen ben je aan het doen? Email verzenden? Nieuws lezen? Schrijven in een blog? Msn in de gaten houden?

Het zou iets te naïef van me zijn om te veronderstellen dat de enige reden dat jij nu online bent, dit artikel lezen is. Sterker nog, ik weet bijna zeker dat dit artikeltje maar een toevallig resultaat was van je zoektocht op internet naar iets anders, of dat je dit toevallig bent tegengekomen toen je aan het doorbladeren was.

Het was een vrijdagavond. Terwijl ik de sleutel in de deur omdraaide om ons lokaal te openen, dacht ik hoopvol aan hoe gezellig deze avond zou kunnen worden. Ik trad enthousiast binnen, stelde heel voorzichtig de dimmerlichten in, gooide de ramen open, controleerde de drankvoorraad, liep naar het koffiezetapparaat en zette vervolgens een mooie muziek op.
De één van de zoveelste CeMa avond kon beginnen.

Waarom deed ik dat? Waarom doen wij iedere keer zoveel moeite om jou een warme, gezellige sfeer aan te bieden, terwijl je maar even komt kletsen?

Het is zaterdagavond. Terwijl ik deze woorden aan het typen ben, denk ik dat dit een leuk artikeltje zal worden. Ik startte net mijn computer op, opende een nieuw word venster, gaf er een mooie naam aan en typte met volle trots de al eerder verzonnen prachtige titel.
Ik kijk intussen waar ik al die notities opgeslagen heb en ben nu voluit aan het typen.

Waarom doe ik dit dan? Waarom probeer ik je te verleiden door op zoek te gaan naar bijvoorbeeld een aantrekkelijke titel of interessante voorbeelden zodat je dit verder zult lezen?

Laten we even de inhoudelijke, nogal bescheiden, cultureel-maatschappelijke doelstellingen opzij zetten. Wat bij mij als eerste te binnen schiet als antwoord op de voorgaande vraag, is dat ik er sociale relaties, een netwerk mee wil opbouwen. Gewoon, er een sociaal dier mee wil zijn.  Een dier, dat zich … wil socialiseren.  Dat ik hier net even niet uit mijn woorden kom, is vanwege van het feit dat ik niet meer zo goed weet welk woord, pratend of schrijvend, toepasselijk is.

Hiermee is de vraagstelling van dit artikel ook meteen onthuld, geloof ik. Een zoektocht naar het antwoord op de vraag: "Zijn wij als mens nog steeds een pratend dier?"

Of zijn we, zonder dat we ons er geheel of gedeeltelijk van bewust zijn, een nieuwe fase ingegaan waarin schrijven een steeds belangrijkere rol is gaan spelen in ons dagelijkse leven?

Volgens professor Kortlandt, die één van zijn artikelen met de zin ”De mens is een pratend dier” begint, is dit niet het geval.
Ik heb echter mijn twijfels. Met uitzondering van mensen die op een of andere manier verlegen zijn om hun mond open te trekken en daardoor voorkeur moeten geven aan de schriftelijke vorm van communicatie, maar ook doven, slechthorenden, doen mensen vanzelf steeds meer beroep op de wereld van de toetsenborden. Zeg mij nu niet dat jij denkt dat ik het over pen en papier heb of zo, want dat is nu echt verleden tijd. Wie van jullie kan nog het handschrift van zijn/haar geliefde, vader, moeder, broer, zus herkennen? Dat bedoel ik!

Zowel van het schrijven als het praten neem ik aan dat het plaatsvindt tussen twee partijen. Dat het een medium vormt tot een relatie. In welke vorm dan ook. Je zou, wat betreft schrijven, weliswaar kunnen dat dat niet altijd het geval hoeft te zijn, omdat schrijven simpelweg een handeling is die je meestaal in je uppie uitvoert. Maar voor mij is dat niet geheel zo. Je mag de pen(oeps..!) zelf vasthouden, maar zelfs wanneer je in een dagboek schrijft ben je in een soort interactie met de ander. Met je schrijfpartner.  Dit geldt vooral voor praten.

Ondanks dezelfde functie die schrijven en praten kunnen hebben, wil ik het schrijven en praten onderscheiden door een soort ruimtelijk verschil. Dit ook om de discussie ietwat ruimtelijk en speels te maken. Aangezien het schrijven de laatste jaren vooral een online handeling is geworden, zal ik deze relateren aan cyberspace, en met de aanname dat het praten een offline activiteit is, zal ik het hierna over het realspace hebben.

Cyberspace vs. realspace

ImageOf wij het nou leuk vinden of niet, cyberspace is de nieuwe trend in sociale relaties geworden. Mensen maken massaal vrienden, collega’s, minnaars en vijanden op internet.  De relaties op het net lijken echter niet reëel, althans niet zo reëel als in de realiteit. Toch is zich socialiseren in cyberspace gewoon een culturele trend geworden. Een nieuwigheid, een fase waar de mensen zich niet van wijken. Niet voor niets zijn websites van stichtingcema.nl of ikstopdeinburgeringsplicht.nl niet de meest bezochte, maar zijn bijvoorbeeld youtube.com, ikbendringendopzoeknaareenpartner.nl dat. Websites waar mensen iets met elkaar kunnen delen, waar mensen hun fantasieën, emoties, vaardigheden, gebreken, frustraties etc etc. kwijt kunnen of juist terug vinden.

Critici zeggen dat deze cybervorm van communiceren niet te vergelijken is met echte communicatie: ”Als sommige mensen graag communiceren via draden en circuits, moet er iets verkeerd zijn gegaan met hen.  Of ze zijn er verslaafd aan, of zij durven de uitdagende intimiteit van een echte relatie niet (meer) aan”.

Is dat echt zo? Is het echt waar dat de realspace relaties absoluut superieur zijn aan cyberspace relaties? Of zou het kunnen dat juist de cyberspace relaties beter zijn?

Laten we om verwarring te voorkomen, de betreffende begrippen eerst op een rijtje zetten. Wat ik met een echte relatie bedoel, noemen sommigen ook wel eens face-to-face relatie. Over deze benaming ben ik zelf niet enthousiast, omdat tegenwoordig videobeelden tegenwoordig alle mogelijkheden bieden om elkaar in de ogen te kijken, terwijl je elkaar hoort of schrijft. We kunnen een echte relatie ook “ persoonlijke relatie” noemen of misschien nog beter een “fysieke” relatie.

Een cyberspace relatie definieert men als een “computer bemiddelde relatie”. Ik persoonlijk vind de term cyberspace erg mooi in de oren klinken. Het duidt zo duidelijk op een plek, een locatie, op een ruimtelijke interactie. Cyber is een voorvoegsel dat afgeleid is van het woord Cybernetics (studie van feedback) en betekent letterlijk ‘door het gebruik van een computer’. Sommigen noemen dat ook virtueel en/of digitaal.

Nu rijst de vraag: “Zouden de virtuele relaties net zo zinvol kunnen zijn als de fysieke relaties, of is het toch de reële relatie die de sleutel vormt tot zinvolle contacten?”

Het internet

ImageBegin jaren ’80 zou niemand je met scheve ogen bekeken hebben als je beweerde dat de computer niets anders was dan een nuttig rekenmiddel. Niet velen hebben toen de durf of intelligentie getoond om te voorspellen dat deze machine zo nauw bij de ontwikkeling van de identiteit van een persoon betrokken zou kunnen worden. Desalniettemin kon niemand het ongelooflijke groeipercentage voorspellen waarin deze technologie zich ontwikkelde in de laatste jaren. 
Een snel uitbreidend systeem van netwerken verbindt miljoenen mensen in nieuwe ruimten.
Het verandert ons en onze gemeenschappen, de aard van onze seksualiteit en onze (online)identiteit.

De ontwikkeling van internet betekende voor mensen die voor het eerst met elkaar in wisselwerking stonden, een nieuwe mogelijkheid voor het ontwikkelen van hun (online) identiteit, wat bevrijd is van fysieke barrières.
Met de komst van video en audio zoeven de geluiden en de beelden om ons heen. Toch blijft de tekst, ook al is internet multimedia geworden, de primaire wijze om op internet te communiceren. Het communiceren via internet op deze manier heeft zich geëvolueerd tot een fascinerende conversatiestijl.  

Deze nieuwe stijl van dialoog is op sommige vlakken opvallend gelijkwaardig aan face to face dialoog. Sommigen vinden het een nogal sobere wijze van communiceren. Er zijn geen veranderingen in stem, gezichtsuitdrukkingen en lichaamstaal. Het zijn maar woorden.
Gedesoriënteerd, stuurloos,.. in die stilte van al die scrollende schermen.

Anderen houden van deze minimalistische stijl van communiceren. Zij vinden het juist leuk om te zien hoe mensen zich ondanks beperkingen (tijd, regels,etc.) zo creatief weten uit te drukken. Zij houden ervan om zich onder te dompelen in de stille stroom van woorden, die als het ware een directe, intieme verbinding lijken te maken tussen hun geest en die van de andere. Bijna alsof de andere in zijn hoofd is, alsof die met een deel van zichzelf praat, zonder al die afleidende gezichten en geluiden van de wereld.
 
Voor andere gebruikers (zoals deze geïnteresseerd in cyberseks) staat de naakte kwaliteit van getypte teksten een geweldige verbeelding en fantasiereis toe. Hier ga ik niet verder op in, want dat is een onderwerp voor een afzonderlijk artikel.
 
Het woord

Aan welke kant je ook staat, aan welke vorm van communiceren je ook de voorkeur geeft, er is één ding dat je niet over het hoofd kunt zien, namelijk ‘het woord’. Een woord is een krachtig middel waar mensen zich mee pogen uit te drukken in de hoop zich met elkaar te verbinden.  Vooral in het begin waren cyberspace relaties afhankelijk van de taal die men gebruikte in getypte teksten (e-mail, nieuwsgroepen,etc.).  Maar ook vandaag neemt de getypte tekst een belangrijk deel van de communicatie via internet voor zijn rekening. 

Voordelen van tekstbemiddelende communicatie

In feite heeft het cyberspace communiceren diverse voordelen. Te beginnen met tijd. Het moet niet gehaast. Je beantwoordt jouw net-partner wanneer en in welk tempo je wenst. Dat geeft je de tijd om na te denken wat je precies wilt zeggen, om te kiezen op welke manier je het gaat zeggen. Dit kan heel handig zijn om te voorkomen dat er zich knullige en emotionele situaties voordoen. In tegenstelling tot fysieke relaties ben je niet gedwongen om onmiddellijk te reageren. Als je wilt kun je eerst nadenken en/of een klein onderzoek doen naar degene die je aanspreekt. Deze strategie kan wonderen verrichten als het gaat om impulsiviteit, verlegenheid en spijt.

De geschreven dialogen van cyberspace kunnen verschillende mentale mechanismen beter betrekken dan in een persoonlijk gesprek. Het kan zijn dat sommige mensen expressiever, subtieler, beter georganiseerd, of creatiever zijn in schriftelijke communicatie. Ze zijn er gewoon beter in. Hoe vaak heb je niet gezien dat een grote acteur of dichter tijdens een persoonlijk gesprek maar mompelde en lichtzinnig klonk”.

Als je wenst kun je de gehele conversatie opslaan en bewaren. Dat heb je bij face-to-face niet, tenzij je een cassette recorder bij je draagt natuurlijk. Zo kun je in je vrije tijd het hele gesprek met je partner herzien, de belangrijke momenten van de relatie koesteren of de misverstanden en conflicten opnieuw onderzoeken en waar nodig oplossen. Dit soort evaluatiemogelijkheden zijn gewoonweg onmogelijk in persoonlijke communicatie. Je bent dan afhankelijk van je geheugen.
 
Tot slot zijn mensen online vaak onzichtbaar. Zij kunnen dingen aankaarten en zeggen wat zij persoonlijk niet zo snel zouden doen. De zelf -onthulling en het intimiteitproces kan worden versneld.  Sommigen beweren zelfs dat de ware ik eerder online zal blijken dan in de realiteit. Dit kan zeker iemands relatie verbeteren en/of anders vormgeven.

Nadelen

Critici zeggen dat het nadeel van tekstgedreven relaties is dat het face- to- face aspecten mist. Er zijn geen stemmen, geen gezichtsuitdrukkingen of lichaamstaal om emoties uit te drukken.
De menselijke stem is nu eenmaal rijk aan betekenis en emotie. Een scherp woord kan zo bij jou verdenking of woede opwekken. Slechts de klank van een geliefde’s stem kan genoeg zijn om een gevoel van comfort en vreugde tot stand brengen.
Het zingen bijvoorbeeld is één van de meest expressieve mogelijkheden van de mens. Het kan zo krachtig zijn, dat veel mensen zich hierom verenigen.

Cyberspace relaties worden vaak door de tekst bemiddeld. De subtiele nuances in stemhoogte en volume zijn volledig afwezig en zingen is onmogelijk ( tenzij je vindt dat wederzijdse voordracht van teksten ook zingen is…zoals sommige onliners wel doen). Je zou zeggen dat het allang verleden tijd is om iemand niet online te kunnen horen. Dat is ook zo. Het is zelfs maar een kwestie van tijd dat binnenkort de kwaliteit van een online stem zo geperfectioneerd is, dat er bijna geen verschil meer zal bestaan met de persoonlijke stem. Toch heb ik het idee dat mensen (online) niet zo snel geneigd zijn om elkaar in de ogen te gaan kijken of elkaar te spreken.

Het blijft een unieke eigenschap van cyberspace relaties dat mensen alles uit de kast halen om de capaciteit van hun verbeelding en fantasie te benutten, zoals zij dat zelf wensen. Dit kan een fascinerende en veelzeggende dimensie geven aan een verhouding.

Chat

Wie kent het niet? De meest populaire cyberspace ruimte is de chatkamer. De chatkamer kan vrij chaotisch schijnen, vooral wanneer er veel mensen aan het praten (schrijven) zijn of wanneer je net een dergelijke kamer binnengaat en onmiddellijk in de gang van overlappende gesprekken terecht komt.

ImageEr zijn geen visuele richtlijnen of hints die aanduiden welke paren of groepen samen in gesprek zijn, waardoor de gesprekken onsamenhangend lijken. Je moet eerst even achterover leunen en de gesprekken volgen om te ontcijferen wie met wie praat en wat de thema’s van de gesprekken zijn, voordat je überhaupt iets kunt zeggen.

In bijna alle soorten van chatomgevingen zet je een mentale filter aan of een aantal focuspunten op die je helpen om al het “lawaai” te analyseren en je concentratie op specifieke mensen, onderwerpen of discussies te richten. Op den duur ontwikkel je een scherp oog voor efficiënt lezen. Sommigen zijn in deze zogenaamde cognitieve waarneming dan anderen.

Virtuele identiteiten

Onderzoeken wijzen uit dat de virtuele gemeenschappen, zoals MySpace en MSN, voor de gebruikers van internet net zo belangrijk zijn als realworld gemeenschappen. Maar liefst drieënveertig procent van de internetgebruikers, die lid zijn van een online gemeenschap, voelen net zo veel voor hun virtuele vrienden als voor hun echte vrienden.

Hoe komt dat? Waarom hebben zoveel mensen een tweede identiteit? Kennen jullie om jullie heen iemand die geen nickname heeft?

Wanneer mensen op een cyberspace inloggen gaan zij bewust of onbewust een psychologische ruimte in. Er zijn een aantal psychologische aspecten wanneer en waarom de gebruikers zulke online identiteiten vormen.

Om te beginnen kunnen de gebruikers een kant van hun karakter laten zien, die zij normaal gesproken offline verborgen zouden houden. Zij kunnen hun geheimen en emoties met de medegebruikers delen en hen op een bepaalde manier behandelen, waarbij zij de indruk kunnen wekken deze manier gebruikelijk te vinden. Dat zorgt voor een ongedwongen gevoel bij de gebruikers.

De meeste gebruikers blijven anoniem voor andere gebruikers. Dit staat hen toe om zich zodanig te gedragen dat hun gedrag niet met hun “echte ik” wordt geassocieerd. Het creëren van een dergelijke virtuele identiteit staat gebruikers toe om hun online personages in te ruilen met een andere en deze te veranderen wanneer en zoals zij dat willen. Zij kunnen nieuwe sociale rollen aannemen, wat zij normaal (offline) niet snel voor mogelijk zouden achten.

Terwijl dit als een positief psychologisch aspect van virtuele identiteiten kan worden gezien, omdat dat gewoonweg nieuwe mogelijkheden bied aan de gebruikers, kan het ook een negatief effect hebben in de vorm van teleurstelling. De individuen kunnen valse identiteiten tot stand brengen en uitdrukken om anderen doelbewust te bedriegen of online kwaad te doen.

Een andere belangrijke kwestie die vaak over het hoofd wordt gezien, wanneer het over de virtuele identiteiten en de sociale psychologie gaat, is dat vele gebruikers vaak het contact met de werkelijkheid verliezen. Bij het creëren van hun “nieuwe ik” vergeten vele mensen hun echte leven en zijn ze snel verdiept in de vraag: “wie ben ik?”. Anderen kunnen zo meegenomen worden in die fantasiewereld dat ze de realiteit zodanig beginnen te haten, dat het zelfs pijn begint te doen. Niet alleen zij, maar ook hun familieleden, vrienden en geliefden lijden eronder.

Het verliezen van de verbinding met de werkelijkheid is een gevolg van verslaving aan internet. Het is een belangrijke kwestie in virtuele identiteiten. Vele mensen kunnen uren per dag voor de computer doorbrengen en leven in hun fantasiewereld. Dit kan leiden tot depressieve klachten, zodra ze beseffen dat ze niet de persoon zijn die zij online gecreëerd hebben. Mensen kunnen moedeloos worden van hun leven en de dingen erin.

Second life

Your world, your imagination

Op www.secondlife.com doen maar liefst zes miljoen zielen mee om een zogenaamde 3D virtuele wereld op te bouwen en te bezeten. Sinds het openstellen van Second Life voor het publiek in 2003 is het explosief gegroeid over de hele wereld.

Niet voor niets natuurlijk. Behalve dat je niet dood gaat, is het verder echt geen spel te noemen. Het is gewoon een digitaal continent waar je een stuk land moet kopen, waarin je een tweede leven kan leiden door werkelijk alles, maar dan ook alles, te ontwerpen die jij nodig acht te hebben voor het leven. Er is iets aan de hand met mensen maar ik zou god niet weten wat.

Het is nu alweer een week later. Alles heeft zijn voor en nadelen zeggen ze. Bijvoorbeeld als je dit nog aan het lezen bent, heb je er ongeveer een halfuurtje aan besteed en ik minstens tien keer zoveel. Zo heb jij mij ontmoet en ik hopelijk zoveel mensen meer. Zoiets…
Ik heb het gevoel dat ik nog lang niet alles geschreven heb wat ik wilde zeggen. Misschien omdat ik nu erg dichtbij het slot ben en de hete lucht van de gevreesde conclusie in mijn nek voel. Een conclusie die eigenlijk al vanaf het begin aanwezig is.

ImageEr is misschien nu een einde gekomen aan fysieke lokale ontmoetingsplekken. Misschien doen wij tevergeefs zoveel moeite om de traditie koste wat kost voort te zetten. Voor een gezellige sfeer hoef je blijkbaar niet de deur uit te gaan, zodat je met anderen je levenservaringen, emoties en dergelijke kunt delen.

Even ter zijde, er komt steeds meer Europese subsidie vrij voor het opzetten van digitale ontmoetingsplekken dan de fysieke vormen ervan. Voornamelijk als het gaat om de interculturele varianten. Voor mensen die daar ook nog hun brood mee verdienen, zou ik zeggen: Grijp je kans!

Wie weet zullen wij in de toekomst de deuren van CeMa met een digitale sleutel openen in plaats van een tastbare. Misschien zullen we dan binnentreden en verlost zijn van de eeuwige identiteitscrisis, omdat we dan al een nieuwe identiteit gecreëerd hebben waar we misschien iets meer vrede mee zullen hebben. En wie weet zullen we over een aantal jaar onze kennissen op twee manieren ontmoeten, door persoonlijke en niet-persoonlijke relaties. En over onze niet-persoonlijke relaties zullen we zeggen dat we deze wel of misschien wel nooit tijdens een CeMa avond ”persoonlijk” ontmoet hebben.

Voordat het zover is… Trouwens, wat ga je straks doen? Ik bedoel nog vandaag, vanavond...

Het is nu vrijdagavond en ik heb genoeg geschreven. Nu wil ik wat gaan praten.

Eén van de zoveelste CeMa avonden kan beginnen.

Tot dan!
 

 


Bronnen:
www.ode.nl/
www.amsterdam.nl/nieuws?ActItmIdt=3646
www.sociology.org/
www.wikipedia.org/
Hartley, J, (ed). (2002). Communication, Cultural and Media Studies: Key Concepts (3rd ed). London: Routledge.

feed0 Commentaars

Schrijf commentaar

busy